Diëtistenpraktijk Salus

Voeding- en dieetadvies

De ‘derde helft’ is voor sommige mensen het leukste deel van de wedstrijd, of je houdt van de snelle buzz na je eerste drankje. Maar hoe je het wendt of keert: als je serieus bezig bent je sportprestaties en je training dan is er weinig ruimte voor alcoholgebruik rondom het sporten.

 

Waarom? Om deze 5 redenen:

 

1. Je herstel gaat slechter

Na een inspanning moet je lichaam herstellen. Alcohol verhindert dit herstelproces.

 

Drink geen alcohol op de dagen dat je hebt gesport. Ga je namelijk alcohol drinken dan begint je hersteldag van het sporten pas wanneer de alcohol uit je systeem is verwerkt (dit kan tot 24 uur later zijn afhankelijk van de hoeveelheid). Praktisch gezien kun je pas twee dagen na je alcoholgebruik weer voluit trainen.

Zorg dus na een training eerst voor het aanvullen van het vocht en energievoorraad.

En wanneer je volledig bent hersteld kun je overwegen een alcoholische drankje te nemen.

 

2. De afbraak van melkzuur verslechterd

Melkzuurafbraak wordt gehinderd door alcoholgebruik.

Bij een fysieke inspanning wordt er melkzuur in de spieren gevormd. (teveel) Melkzuur kan spierpijn veroorzaken. De lever ruimt melkzuur op maar geeft voorrang aan de afbraak van alcohol. Drink je dus alcohol na het sporten dan gaat het melkzuur zich in de spieren opstapelen.

Het gevolg: Vermoeidheid en meer kans op kramp en/of spierpijn.

 

3. Je verliest extra vocht

Alcohol in combinatie met inspanning = extra vochtverlies.

 

Voor sporters is een goede vochtbalans cruciaal.

Bij vochtverlies van 1% van het lichaamsgewicht ontstaat er al een dorstgevoel. In dit stadium begint de afname van het prestatievermogen.

Bij 2% is het dorstgevoel sterk en bij 3% ontstaat er een droge mond.

Bij een vochtverlies van 4% neemt het prestatievermogen af met wel 20 tot 30%.

Dit kan zich uiten in een verminderde uithoudingsvermogen en/of minder kracht.

Bij 5% ontstaat er hoofdpijn (de kater) en bij 7% zal het bewustzijn verloren gaan.

 

Het antidiuretisch hormoon (ADH) heeft als taak om vochtverlies tegen te gaan. Alcohol zorgt er juist voor dat de aanmaak van ADH wordt geremd. Alcohol heeft dus een vochtafdrijvend effect. Dit zorgt ervoor dat je meer gaat plassen waardoor het veel moeilijker is om om je vochtbalans op peil te houden.

 

4. Je verliest belangrijke vitamines en mineralen

Met het verlies van vocht worden ook verschillende vitamines en mineralen, waaronder zink, aan het lichaam onttrokken. Zink speelt een rol in de stofwisseling en de opbouw van eiwitten. Oftewel, je herstelt slechter door ontstane tekorten.

 

5. Je hebt tijdens de inspanning minder energie 

Alcohol drinken VOOR je training zorgt ook voor een slechtere prestatie door de werking van je lever. Eén van de functies van de lever is namelijk de opslag van glycogeen (koolhydraten) om deze tijdens inspanning te gebruiken als energiebron. Als de lever alcohol moet verwerken dan is het energiegebruik van koolhydraten verstoort, waardoor je sportprestaties verslechteren.

Na het drinken van ongeveer twee glazen alcohol kan je sprintsnelheid met tien procent afnemen en wordt de sprongkracht met 5,8 procent kleiner.

 

Dus heb je wat te vieren maar staat er binnnekort een training gepland? Kies dan voor een alcoholvrije dorstlesser (0,0% bier kan prima en is zelfs een isotone sportdrank).